GESCHIEDENIS VAN MUSEUM DORESTAD


Museum Dorestad heeft een eerbiedwaardige leeftijd van bijna 90 jaar en is daardoor getuige geweest van het meeste archeologische onderzoek naar Dorestad. De objecten die in het museum terecht zijn gekomen weerspiegelen dan ook de lange reeks van opgravingen die Wijk bij Duurstede gekend heeft.

In de jaren twintig van de vorige eeuw kwam J.H. Holwerda, directeur van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, naar Wijk bij Duurstede om onderzoek naar Dorestad te verrichten. Zijn opgravingen inspireerden plaatselijke notabelen om een museum op te richten. Allerlei objecten uit de tijd van Dorestad, maar ook uit latere perioden, werden uit gemeentelijke en particuliere verzamelingen bijeengebracht en in het plaatselijke slot Duurstede tentoongesteld, kort nadat er een brug naar het kasteeleiland was aangelegd. Daarvoor was het kasteel alleen met een pontje bereikbaar.


Groepsfoto genomen tijdens de opening in 1926.

Op 15 oktober 1926 werd het Kantonnaal en Stedelijk Museum van Wijk bij Duurstede officieel geopend. Voor 15 cent konden bezoekers toegang krijgen tot de toren en het museum.

Frits Thieme
Bij de oprichting van het museum speelde J.A.F. Thieme, gemeenteraadslid en voorzitter van de Vereniging Wijks Belang een cruciale rol. Volgens Het Nieuws voor Wijk bij Duurstede, Cothen en Doorn bedankte Thieme het gemeentebestuur voor de medewerking. In zijn openingstoespraak noemde hij verschillende personen die voorwerpen en documenten aan het museum ter beschikking hadden gesteld, zoals Baron van Ittersum, de oud-burgemeesters M.A. Meijes, J.J.M. van Toulon van der Koog, D.J.F. van Walsum, alsmede de families Croockewit, Van Heijst, Buurman en De Kruif.

Bij het graven van het Amsterdam-Rijnkanaal werden in 1937 enkele Karolingische zwaarden gevonden. Deze waren tijdens een opruiming van de bovenverdieping van het stadhuis bijna op de schroothoop beland, maar werden door gemeentearchivaris Rouppe van der Voort nog net bijtijds gered. Ze zijn nu te bewonderen in de vaste opstelling van het museum.
Tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog is het museum voor het publiek toegankelijk geweest, totdat er Duitse troepen in het kasteel werden gelegerd. De verzameling werd in kisten opgeslagen en gedurende de bezettingsjaren in een pakhuis ondergebracht. De jarenlange opslag en voortdurende verhuizingen hadden de collectie echter geen goed gedaan. Veel stukken waren verdwenen.


vitrine in het kasteel, gefotografeerd in 1953.

Na de oorlog werd de kasteelgracht onderzocht, waardoor de collectie kon worden uitgebreid met verschillende objecten die toen gevonden werden. Daarna werd de Bourgondische toren gerestaureerd. Toen dit werk in 1952 afgerond was, werd de toren weer als museum ingericht. Daarbij speelde burgemeester C.B. Kentie een belangrijke rol. Voor de nieuwe opzet liet hij zich adviseren door dr D.F. Lunsingh Scheurleer. In de zaal van David van BourgondiŽ werd met vondsten uit de gracht de geschiedenis van het kasteel getoond, in de Brederodekamer werd de geschiedenis van Wijk getoond en in de overgebleven kamer de oudere archeologische voorwerpen. Deze werden ondergebracht in vitrines die uit het Rijksmuseum in Amsterdam afkomstig waren.
Het vochtige klimaat in het kasteel deed de verzameling echter geen goed, ook al werden de objecten 's winters in kisten opgeborgen. Vooral het gebrekkige toezicht speelde de collectie parten. Tijdens studentenfeesten vlogen de hellebaarden naar de hanenbalken en sneuvelde menige pot.

Nieuw leven voor het museum
In 1967 begon de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) met grootscheepse opgravingen. De collectie werd naar het gemeentehuis overgebracht en geÔnventariseerd door provinciaal archeoloog Pim van Tent. Er werd geprobeerd om het museum weer nieuw leven in te blazen. Op 24 augustus 1973 werd de Stichting Kantonnaal en Stedelijk Museum van Wijk bij Duurstede opgericht. Er werd huisvesting gevonden in de voormalige protestants-christelijke kleuterschool aan de Volderstraat 15-17. Voornamelijk met financiŽle steun van de provincie werd het pand verbouwd en als museum ingericht, terwijl op de bovenverdieping het opgravingskantoor van de ROB werd gehuisvest. Onderzoeksleider Wim van Es van de ROB richtte de tentoonstelling in. Op 20 mei 1975 werd het museum met de permanente expositie Dorestad, een beeld van een opgraving, geopend door mevrouw A. Thieme, dochter van J.A.F. Thieme.


Wim van Es (l) geeft uitleg aan minister Harry van Doorn en diens echtgenote en aan mevrouw A. Thieme (r) bij de opening van het museum in de Volderstraat.


Vondsten die tijdens de beendergraverijen en de daarop volgende archeologische opgravingen in de negentiende eeuw gedaan werden, kwamen deels in het gemeentehuis in Wijk bij Duurstede terecht. Daar werden ze opgeborgen bij de Wijkse voorwerpen die in de loop van de tijd bij de gemeente terecht waren gekomen. Daaronder bevond zich aardewerk uit de zestiende en zeventiende eeuw, twee hellebaarden en een gildebeker. Op de bovenstaande foto uit 1916 van de installatie van burgemeester Jhr. J.A. van Geen die in de raadzaal genomen is, zien we verschillende oudheidkundige objecten, zoals de twee hellebaarden en een gipsen borstbeeld van koningin Wilhelmina uit 1898 die nog steeds deel uitmaken van de museumcollectie.



Frits Thieme.

Frits Thieme (1877-1953) was een wijnhandelaar met een brede maatschappelijke en culturele belangstelling die in De Nederhof aan de Markt woonde. Die belangstelling manifesteerde zich in allerlei activiteiten. Zo wist hij de sloop van de walmolen Rijn en Lek te voorkomen, om maar ťťn van zijn wapenfeiten te noemen.
Thieme had enige kennis van de archeologische vondsten in Wijk opgebouwd. Hij had contacten met musea in Utrecht en Leiden en de Oudheidkundige Bond. Als voorzitter van de Vereniging Wijks Belang gaf hij de aanzet tot oprichting van het Kantonnaal en Stedelijk Museum. Er werden verschillende zalen van de Bourgondische toren van het kasteel Duurstede als museum ingericht met de objecten die zich in het gemeentehuis bevonden. Deskundige hulp bij de ordening werd verleend door dr. Jesse, archivaris van Rhenen.



Slot Duurstede voor de aanleg van de brug naar het kasteeleiland.



De verzameling van het museum in opslag.


Amstelwijck
Door de samenwerking met de ROB kwamen er nogal wat objecten die bij de opgravingen werden gevonden in het museum terecht. In 1985 werd er een vaste medewerker, Lisette le Blanc, als conservator aangesteld. Het jaar daarop werd de naam van het museum veranderd in Museum Dorestad. Op den duur bleek de behuizing aan de Volderstraat te krap, ook nadat het kantoor van de ROB naar een andere locatie was verhuisd en de vrijgekomen ruimte in 1979 bij het museum werd getrokken. Uiteindelijk werd voor een nieuwe huisvesting gekozen. In 2000 verhuisde het museum naar de huidige locatie, het ten behoeve van de expositie verbouwde herenhuis Amstelwijck aan de Muntstraat 42.


Luchtopname van huis Amstelwijck voor de verbouwing.


het museum tot 2000 in de Volderstraat

objecten uit het museum, afgebeeld door Janssen in 1842

Utrechts Nieuwsblad woensdag 21 mei 1975

Terug naar de startpagina